De kamelen

De kamelen

De kunst van het behoud van vocht

De kameel kan het in ‘de oven’ die we de woestijn noemen, tien keer langer uithouden dan de mens, en vier keer langer dan de ezel. Zijn eerste voordeel is zijn hoogte: Als hij tegen het licht gaat zitten om te rusten, is een groot deel van zijn lichaam minder blootgesteld aan de zon. Voorts is de lichte kleur van de kameel in de woestijn relatief gunstig qua reflectie van het zonlicht, wat zorgt voor een afname van hun lichaamstemperatuur. Hun dikke vacht, beschermt hen, zelfs in de zomer, tegen de hitte overdag en de koude ’s nachts: De haren behouden een gematigde luchtlaag tussen de huid en de buitenlucht.

De kameel is het enige dier die tussen dag en nacht een wisseling van zijn inwendige temperatuur kan verdragen tussen de 34-40 ° C of 41 ° C. De zweetklieren verspreid over het oppervlak van zijn lichaam produceren zweet. Waardoor het lichaam van het dier snel afkoelt. Deze spaarzaamheid wat vochtafdrijving betreft vinden we ook terug op het niveau van de ontlasting die zeer droog is, en de urine die zeer geconcentreerd is. In de woestijn, is de lucht droog, en door de wind kruipt het zand overal. De kameel beschermt zich door zijn neusgaten af te sluiten indien nodig. Daarenboven, wordt de ingeademde lucht gematigd bevochtigd in de grote neusholten van het dier, vooraleer het afdaalt naar de longen. Bij het uitademen vangt de neus de warme en vochtige lucht op door de neusgaten af te sluiten. Het vocht wordt dus geabsorbeerd in de neus alvorens de lucht vrijkomt.

De melk van de kameel, zeer rijk en geconcentreerd, is samengesteld uit ongeveer 87% water; 3 tot 5,5% vet en 3 tot 5,5% lactose; tussen 3 tot 4% eiwitten en 0,6 tot 0,8% mineralen. De wijfjeskameel kan 15 liter melk per dag produceren, maar het gemiddelde over een periode van 9-18 maanden is 6 liter per dag. Door de concurrentie met de mens, stopt het veulen met drinken bij de moeder na ongeveer één jaar. Normaalgezien zou het veulen langer bij de moeder blijven drinken. Als het veulen tussen de 7 en 10 maand is, beschermt de kameeldrijver de borst van de moeder met een netje, zodat het veulen het zou afleren te drinken bij zijn moeder. Door het feit dat het veulen al vanaf de leeftijd van 3 maanden vaste voeding begint te eten, verlaat het jonge dier meestal gemakkelijk de moederborst, ookal komt het soms voor dat sommige kamelen van 2 tot 3 jaar oud nog steeds proberen melk te zogen bij hun moeder!

Natuurlijke habitat en ecologie

Van de Canarische Eilanden in het Westen tot India in het Oosten, wordt de totale bevolking van de kamelen geschat op ongeveer 20 miljoen (waarschijnlijk meer). De laatste decennia is het aantal sterk gedaald in sommige regio’s, waaronder Turkije, Iran en Syrië, als gevolg van de gedwongen nederzettingen van nomaden, en in Libië, als gevolg van mechanisatie. Toch blijft de totale bevolking stabiel .

Ongeveer 80% van de kamelen leeft in Afrika, de rest in Azië. Somalië en Soedan zijn goed voor ongeveer 9 miljoen stuks. De dichtheid van kamelen: In Oost-Afrika is er een gemiddelde van 3,6 dieren per km2. In Somalië is dat 8,7 dieren per km2. In West-Afrika dalen de cijfers tot 0,4 per km2 en in Noord-Afrika spreken we maar van 0,14 per km2. In de Sahara, heeft elke kameel dus een gemiddelde oppervlakte van 12,5 km2! In Azië variëren de cijfers van 1,7 kameel per km2. In India tot 0,14 in het Arabische schiereiland. Deze gegevens weerspiegelen de verschillen in voedselvoorziening in de verschillende veegebieden. Al deze gebieden worden gekenmerkt door een droog klimaat. Zelden wordt er 500 mm per jaar regen bereikt, vaak is dat veel minder. Naast de temperatuurverschillen tussen winter en zomer, kunnen de temperaturen tussen dag en nacht enorm verschillen. Overdag kunnen ze oplopen tot 50 ° C om ’s nachts te dalen tot bijna 0 °C. Ook de wind draagt natuurlijk grotendeels bij aan de droge omgeving waar de kameel thuis is. De relatieve luchtvochtigheid is soms minder dan 10%.